In een interview op Sociaal.net deelt Amke (23) haar persoonlijke ervaring met de geestelijke gezondheidszorg.
Als achttienjarige belandde ze in de volwassenpsychiatrie, omdat de wachtlijsten voor jongeren te lang waren. Vandaag werkt ze zelf als sociaal professional en wil ze haar verhaal delen om het taboe rond mentale gezondheid te doorbreken.
Jong en op zoek naar hulp
Amke worstelde al als tiener met haar mentale gezondheid, maar sprak daar lange tijd niet over. “Ik functioneerde en deed wat er van me verwacht werd, maar vanbinnen zat het vaak niet goed”, vertelt ze.
Pas in het zesde middelbaar zocht ze actief hulp. Tijdens de coronaperiode verslechterde haar mentale toestand snel: structuur viel weg, haar wereld werd kleiner en gevoelens van eenzaamheid namen toe.
Toen ze intensievere hulp nodig had, botste ze op een harde realiteit: lange wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg.
Tussen erkenning en wachttijd
Tijdens het wachten op professionele hulp zocht Amke erkenning op sociale media. Daar vond ze verhalen van anderen die het moeilijk hadden.
Volgens haar kan dat herkenning geven: “Het gaf geen oplossingen, maar wel het gevoel dat ik niet alleen was.” Tegelijk ziet ze ook risico’s. Wanneer jongeren elkaar vooral ontmoeten in hun donkerste gedachten, kan dat verbinden, maar ook het lijden versterken.
Jongeren in volwassenpsychiatrie
Omdat wachten geen optie meer was, werd Amke opgenomen in een volwassen psychiatrische afdeling. Ze was er de jongste patiënt en voelde zich er vaak onzichtbaar en onbegrepen.
Later kon ze terecht in een gespecialiseerde voorziening voor jongeren tussen 16 en 25 jaar. Daar ervaarde ze een groot verschil: kleinschalige zorg, meer persoonlijke begeleiding en activiteiten die niet alleen rond praten draaiden.
Creatieve therapie, samen koken of gewoon tijd doorbrengen met leeftijdsgenoten gaven haar opnieuw ruimte om te landen.
De kracht van menselijke nabijheid
Wat uiteindelijk het grootste verschil maakte, was de houding van sommige hulpverleners.
“Wat voor mij het beste werkte, waren hulpverleners die mens durfden zijn”, zegt Amke. Niet alleen professionals die protocollen volgen, maar mensen die nabij blijven, tijd nemen en ook iets van zichzelf tonen.
Volgens haar kunnen kleine dingen een groot verschil maken: een wandeling, een luchtig gesprek of simpelweg naast iemand blijven staan wanneer woorden ontbreken.
Ervaring inzetten in haar werk
Vandaag werkt Amke zelf in de zorg. Haar eigen ervaringen neemt ze mee in haar werk met jongeren.
Ze deelt haar verhaal niet om te zeggen dat ze precies weet hoe anderen zich voelen, maar om te tonen dat herstel mogelijk is en dat menselijke nabijheid in de zorg essentieel blijft.
“Soms is naast iemand blijven staan het belangrijkste wat je kan doen.”