Main content

Ben je bezorgd dat je psychische klachten nooit zullen verdwijnen? Dat ze voor altijd zullen blijven bestaan? 

Wees niet bang want ze verdwijnen, ze genezen zoals lichamelijke klachten. Dat betekent dat ze ook kunnen helen na een succesvolle behandeling. Het zijn niet de klachten maar wel de grauwe ervaringen, trauma’s en herinneringen die je nooit zal kunnen veranderen of uitwissen, maar ermee leren leven kan je wel.

Dit wil niet zeggen dat je klachten meteen verdwijnen na een gesprek met een hulpverlener. Tijd is hierbij een zeer belangrijk aspect naast je motivatie om te beteren. Het kan je ogen doen rollen wanneer men het woord ‘tijd’ gebruikt, want je zit in het hier en nu, je wil stante pede “genezen”. Wie wil dat niet? 

Maar wanneer begint je herstelproces? NU! Je leest op dit moment deze tekst, wat wil zeggen dat je je psychische klachten erkent en dat is de eerste stap naar hulp. Herstellen kan je alleen doen, maar vaak gaat het vlotter wanneer je op zoek gaat naar behandeling, of misschien is een babbel zelfs al genoeg? 

Jongeren maken vaak veel denkfouten; dat zijn irrationele gedachten die niet kloppen met de werkelijkheid. Eén zo’n denkfout is bijvoorbeeld: ‘ik zal voor altijd met psychische klachten moeten leven’. Als je erover nadenkt, wat is er écht voor altijd, wat is er eindeloos? Dat weet je niet… 

Weten dat er zoiets bestaat als ‘denkfouten’ kan je misschien aanzetten tot bezinnen. Even alle automatische gedachten op een rijtje: 

  • Alles-of-niets-denken: je ziet een situatie op maar twee manieren, bv. ‘als ik niet uitstekend presteer, dan ben ik een mislukkeling’. Je kan dit bijvoorbeeld veranderen naar: ‘ik heb tenminste mijn best gedaan’ en ‘fouten maken is menselijk’.
     
  • Catastroferen: een negatieve toekomstverwachting, bv. ‘ik zal zo van streek raken dat ik helemaal niet meer kan functioneren’.
     
  • Diskwalificeren van het positieve: je positieve ervaringen, handelingen of kwaliteiten doen er niet toe, bv. ‘ik heb dat project dan misschien wel goed gedaan, maar dat betekent nog niet dat ik competent ben… Ik heb gewoon geluk gehad’.
     
  • Emotioneel redeneren: je denkt dat iets waar moet zijn omdat je het zo sterk ‘voelt’ en negeert bewijzen van het tegendeel, bv. ‘ik weet dat ik heel veel dingen goed doe, maar ik heb toch het gevoel dat ik een mislukkeling ben’.
  • Stigmatiseren: je etiketteert jezelf of anderen, bv. ‘ik ben een waardeloos persoon’.
     
  • Vergroten of verkleinen: je overdrijft het negatieve en minimaliseert het positieve, bv. ‘dat ik middelmatige cijfers haal, bewijst hoe dom ik ben’.
     
  • Selectief abstraheren: je besteedt overmatig veel aandacht aan een negatief detail en laat het volledige beeld buiten beschouwing, bv. ‘het feit dat ik één laag cijfer heb gekregen, betekent dat ik mijn werk niet goed gedaan heb’.
     
  • Gedachtelezen: denken te weten wat anderen denken, bv. ‘hij denkt dat ik hier niet van afweet’.
     
  • Overgeneraliseren: je trekt een conclusie die in geen enkele verhouding staat met wat er echt gebeurde, bv. ‘ik kan zal nooit een lief vinden’ (na een blauwtje gelopen te hebben).
  • Personaliseren: je gelooft dat anderen zich vanwege jou negatief gedragen.
     
  • Uitspraken met ‘moeten’: je hebt een vaststaand idee over hoe jij of anderen moeten gedragen en velt een extreem negatief oordeel, als er niet aan die verwachting wordt voldaan, bv. ‘ik moet het altijd goed doen’.
     
  • Oogkleppenvisie: je ziet alleen de negatieve aspecten van de situatie, bv. ‘die docent deed niets goed. Hij heeft altijd kritiek, is bot en kan geen lesgeven’.
     
  •  
  • Deel deze pagina: