
De voorbije maanden groeit op verschillende plekken in Vlaanderen eenzelfde gevoel: de zorg staat onder druk!
Niet alleen door middelen of personeelstekorten, maar door een verschuiving in hoe we naar zorg kijken. Korter. Efficiënter. Meetbaarder. En soms ook: harder.
Hoe houden we zorg dragend?
In december en februari kwamen hulpverleners, docenten, psychiaters, kunstenaars en andere betrokkenen samen rond één vraag: hoe houden we zorg dragend? Niet alleen technisch correct, maar menselijk warm. Niet alleen oplossingsgericht, maar ook bereid om te verdragen wat niet snel oplosbaar is. Vanuit die ontmoetingen ontstond de werkgroep Dragende Zorg. In deze blog nemen we je mee in wat daar leeft — en in de oproep van psychiater Lucas Joos om te blijven werken aan een warme psychiatrie.
Werken aan een warme psychiatrie
Psychiater Lucas Joos verwoordde het scherp in zijn tekst Werken aan een warme psychiatrie. Hij beschrijft hoe zorg onder druk komt te staan door registratieverplichtingen, protocollen en inspecties. Hoe hulpverleners steeds meer achter computers zitten, terwijl patiënten achter de schermen verdwijnen. Hoe de tijd tussen mensen – precies waar zorg gebeurt – niet te vatten is in indicatoren. Maar hij beschrijft ook iets anders: een praktijk die weigert koud te worden.
Een afdeling zonder isolatiekamers.
Een verpleeglokaal dat sluit zodat medewerkers tussen patiënten zijn.
Zo weinig mogelijk dwang.
Zorg tussen en buiten de lijntjes.
Dat is geen naïviteit. Dat is klinische ervaring.
Euthanasie als symptoom
Het debat over euthanasie bij psychisch lijden maakt pijnlijk zichtbaar wat op het spel staat. In recente opiniestukken pleiten psychotherapeuten voor langdurige, volgehouden psychotherapie als alternatief voor de idee van ‘onbehandelbaarheid’. Wanneer zorg versnipperd raakt in korte trajecten, tien sessies, gestandaardiseerde behandelpakketten, ontstaat het risico dat niet het lijden, maar de tijd op is. De vraag die binnen de werkgroep klinkt, is ongemakkelijk maar noodzakelijk: falen mensen in behandeling, of faalt het systeem dat behandeling organiseert?
Vermarkting en politisering
De discussie raakt aan een bredere maatschappelijke tendens. In het debat over vermarkting van zorg wordt gewaarschuwd dat wanneer zorg wordt herleid tot aanbod, efficiëntie en meetbare output, haar politieke opdracht verloren dreigt te gaan. Dragende zorg vertrekt niet vanuit ‘vraag en aanbod’, maar vanuit relatie. Niet vanuit rendement, maar vanuit grondrechten. Niet vanuit beheersing, maar vanuit betrokkenheid. De werkgroep benoemt expliciet dat zorg altijd ook politiek is – niet partijpolitiek, maar in de zin dat ze raakt aan de manier waarop een samenleving omgaat met kwetsbaarheid.
Geen klaagzang, wel moed
Wat opvalt in de verslagen van beide bijeenkomsten is dat de toon geen slachtofferschap is. Er klinkt verontwaardiging, ja. Maar ook engagement. Durf. En de wil om niet alleen te blijven staan.
Er wordt gedacht aan:
- een schrijfgroep
- verhalen verzamelen uit het veld
- bruggen slaan met andere sectoren
- een taal vinden die nuance bewaart maar helder spreekt
Misschien is dat waar dragende zorg begint; niet bij een protocol, maar bij mensen die weigeren hun bewogenheid te verliezen.
Lucas Joos schrijft:
We moeten bovenal blijvend bewogen worden. Dat is geen romantisch ideaal. Dat is een professionele keuze.
Wat nu?
Wat deze beweging precies wordt, weten we nog niet. Een platform? Een netwerk? Een schrijfgroep? Een tegenstem? Misschien alles tegelijk, misschien niets van dat alles. Maar wat duidelijk is: op veel plekken in Vlaanderen proberen hulpverleners, kunstenaars, docenten en ervaringsdeskundigen zorg dragend te houden – voor patiënten, voor collega’s, voor elkaar. En misschien is dat vandaag al een vorm van verzet.
Lees ook:
Reacties: