Main content

Nadia Mahjoub (44) heeft een psychosegevoeligheid. In de voorbije twintig jaar werd ze zes keer opgenomen omwille van een psychose of manische opstoot. Haar kwetsbaarheid belette haar niet een mooi leven op te bouwen waarin haar dochter, partner, vrienden, en sociaal engagement bij de patiëntenvereniging UilenSpiegel centraal staan. In deze driedelige blog blikt ze terug op haar eerste psychose en op de bijzondere – en soms bijzonder pijnlijke –ervaringen die ermee gepaard zijn gegaan.

Twintig jaar geleden kreeg ik voor het eerst een psychose. Ik was toen 24. Ik werkte als leerkracht in een zeer fijne middelbare school in Brussel, de school waar ik zelf als leerling les had gekregen. Mijn vroegere leerkrachten werden dus mijn collega’s. Vreemde ervaring, maar niet onaangenaam. Ik verving een leraar die enkele weken ziek was.

Ik vond lesgeven leuk, maar ook wel zwaar. Vooral omdat je als beginnend leerkracht telkens voor tijdelijke vervangingen werd ingeschakeld. Dat betekende dat je bij elke nieuwe opdracht minstens 200 nieuwe leerlingen voor je in de klas had, 200 gezichten die je moest leren kennen (200 namen die je moest onthouden!), telkens nieuwe vakken voorbereiden, telkens wennen aan een ander schoolklimaat. Ik had Germaanse gestudeerd en een lerarenopleiding achter de rug. Deze school was de vijfde of zesde school op twee jaar tijd waar ik gedurende enkele weken tot enkele maanden les zou geven.

Ik greep deze kans met beide handen, niet beseffend dat dit het einde van mijn leraarschap zou betekenen

Tussen de onderwijsopdrachten door kon ik stempelen, maar dat wilde ik niet, ik zou mijn ‘wachttijd’ nuttig besteden. Ik schreef me in bij een uitzendkantoor en vervulde tijdelijke opdrachten in de privésector: vertaalwerk, telemarketing, secretariaat. Het uitzendkantoor wist dat ik, indien een school naar me belde, deze school voorrang zou geven op de interimjob, maar dat vonden ze daar geen probleem. Wanneer een school belde, gaf me dat meestal wel veel stress, want ik ‘mocht’ de volgende dag al beginnen, terwijl ik nog geen idee had van de inhoud van de vakken die ik zou moeten geven. Toen ik enkele weken lesgaf in die laatste school in Brussel, kwam er een andere langdurige vacature vrij op dezelfde school met kans op een vaste benoeming. De directeur was tevreden over mijn prestaties en vroeg me om tijdelijk de twee voltijdse opdrachten te combineren, zodat ik kon blijven. Ik greep deze kans met beide handen, niet beseffend dat dit het einde van mijn leraarschap zou betekenen.

Ik was mentaal niet voorbereid op dergelijk ’telepathisch bewijs’

Twee voltijdse banen in het onderwijs combineren, al was het maar tijdelijk, was gekkenwerk. Toen ik na een week of drie eindelijk een werkbaar ritme gevonden had en het gevoel dat ik alles onder controle had, was ik eigenlijk al op mijn reserves aan het teren. Wellicht was ik toen al ‘hypomaan‘.

Ik sliep amper, had geniale ideeën hoe ik de lessen beter en efficiënter zou kunnen laten verlopen. Mijn lichaam gaf een duidelijk signaal dat ik negeerde: ik kreeg een vorm van psoriasis. Gelukkig was het enkel op de niet zichtbare plaatsen, onder mijn kleren. Dus deed ik verder. De vrijdag voor mijn psychose uitbrak, vertrok ik na het zesde lesuur naar huis. In mijn beginnende verwardheid dacht ik dat ik klaar was met de dag, maar de leerlingen die het zevende uur les hadden van mij, zaten op me te wachten.

Op zaterdagavond raakte ik helemaal overstuur door de sterke overtuiging dat een vriendin het moeilijk had. Het was iets na 22u en mijn vriend raadde me af haar nog op dat late uur te bellen. Ik deed het toch en kreeg een huilerige stem aan de telefoon. Ik schrok me een aap. Hoewel mijn overtuiging klopte, was ik mentaal niet voorbereid op dergelijk ’telepathisch bewijs’. Ze had die dag een dramatische gebeurtenis meegemaakt. In reactie op haar verhaal begon ik te flippen: ik was oververmoeid, had nachten nauwelijks enkele uren geslapen, was hypergevoelig en dit kon er niet meer bij. Ik werd hysterisch en mijn vriend besloot me naar het ziekenhuis te brengen.

Ik verzette me helemaal niet tegen mijn opname

Eenmaal in het algemeen ziekenhuis aangekomen was ik weer kalm. Ik was overtuigd dat er niets met me scheelde. De dame aan het onthaal bevestigde me dat ook: mij mankeerde niets. Toch zou ik die eerste nacht doorbrengen in de psychiatrie, op de PAAZ, waar ik me gewillig en vrijwillig liet opnemen. Ze zouden me gauw weer laten gaan, dacht ik, want er was geen reden dat ik zou moeten blijven. Ik verzette me helemaal niet tegen mijn opname. Wellicht omdat ik geen flauw idee had van wat me te wachten stond.


Nadia Mahjoub

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.