
Er is een moment waarop je kind 18 wordt. Juridisch gezien verandert alles. Maar als ouder? Verandert er eigenlijk niets.
Je blijft wakker liggen.
Je blijft hopen.
Je blijft zoeken naar wat helpend kan zijn.
En tegelijk bots je plots op grenzen: je mag niet zomaar mee naar gesprekken, hulpverlening communiceert niet altijd met jou, beslissingen worden genomen zonder jouw betrokkenheid. Veel ouders voelen zich dan tegelijk verantwoordelijk én buitengesloten.
In deze blog staan we stil bij die moeilijke positie.
De dubbele realiteit van ouderschap na 18 jaar
Wanneer een minderjarig kind het moeilijk heeft, is je rol duidelijk: je mag handelen, beslissen, organiseren. Bij een meerderjarig kind verschuift dat fundamenteel.
Je zoon of dochter heeft recht op privacy, autonomie en eigen keuzes. Ook als die keuzes jou angstig maken. Ook als je ziet dat het niet goed gaat.
Dat kan leiden tot gevoelens van:
- machteloosheid
- frustratie
- schuld (“Heb ik iets gemist?”)
- schaamte
- en soms zelfs eenzaamheid
Veel ouders herkennen dit, maar praten er weinig over.
Wat zegt de wet en wat zegt je hart?
Vanaf 18 jaar beslist je kind zelf over behandeling en zorg. Hulpverleners zijn gebonden aan beroepsgeheim. Zonder toestemming mogen zij geen informatie delen.
Dat kan hard binnenkomen.
Toch betekent dit niet dat je geen rol meer hebt. Je rol verandert.
Waar je vroeger misschien stuurde, word je nu meer:
- getuige
- steunfiguur
- veilige haven
- iemand die blijft, ook als het moeilijk is
Soms vraagt dat een verschuiving van “oplossen” naar “aanwezig blijven”.
Hoe blijf je betrokken zonder te forceren?
Enkele richtlijnen die ouders vaak helpend vinden:
1. Blijf in verbinding
Ook als gesprekken moeilijk lopen.
Ook als je kind je afduwt.
Verbinding is belangrijker dan gelijk krijgen.
2. Spreek vanuit bezorgdheid, niet vanuit controle
“Ik maak me zorgen om je” klinkt anders dan
“Je moet nu echt hulp zoeken.”
3. Respecteer autonomie, maar benoem grenzen
Autonomie betekent niet dat alles oké is.
Je mag aangeven wat jij wel of niet kan dragen.
4. Zoek ook steun voor jezelf
Ouders vergeten zichzelf vaak. Maar langdurige bezorgdheid kan uitputtend zijn.
Lotgenotencontact of oudergroepen kunnen helpend zijn. Ook individuele begeleiding kan steun bieden.
Wat als het écht escaleert?
Soms zijn er crisissituaties. Dan kan het nodig zijn om hulp in te schakelen, ook tegen de wil van je kind in. Dit is zwaar en complex.
Meer informatie hierover vind je via:
Weet dat je hierin niet alleen staat.
Ouderschap stopt niet bij 18
Misschien is dit wel de kern:
Je blijft ouder. Alleen verandert de vorm.
Je kan niet alles overnemen.
Je kan niet alles oplossen.
Maar je kan blijven.
En soms is dat precies wat het verschil maakt.
Verder lezen op PsychoseNet
- eSpreekuur: stel anoniem je vraag aan een expert
- Herstelverhalen
- Wat is psychose?
- Informatie over crisis en spoed
Reacties: