Main content

Psychosenet interviewde een pychotherapeut en een klinisch psychologe. We legden hen de vraag voor “kunnen kinderen (<12 jaar) symptomen van een psychose vertonen of een psychose krijgen? Als dat zo is, vroegen we ons af, hoe ziet het verloop er dan uit. Hoe zit dat dan met een diagnose, een prognose, een behandeling? We werken met ons online platform volop aan een jongerenpagina en trachten zoveel mogelijk stemmen te horen.

In deze korte bevraging, waren de meningen verdeeld en toch ook weer niet.

Voor psychotherapeut Jeroen Donckers bestaan kinderen die psychotisch zijn, maar je krijgt niet hetzelfde beeld als bij volwassenen. Psychotische kinderen hebben dezelfde problemen als kinderen met ADHD. De diagnose psychose zie je daarom zelden bij kinderen, ze verdwijnt onder de noemer ADHD en ASS. Deze problematieken zijn bovendien de tickets naar  hulpverlening. Behandelmethode kan op verschillende manieren; belangrijk hierbij is het kind voor te bereiden op een maatschappij die hen niet anders benadert. Medicatie helpt soms, helaas uit ervaring weet Jeroen dat het de situatie soms verergert. Als prognose, kan men wel stellen dat er een verhoogde kwetsbaarheid zal zijn bij levensverstoorde gebeurtenissen zoals puberteit, studies, ouder worden,… Toch spreekt Jeroen hoopvol.

Psychotische kenmerken hoeven niet per definitie een probleem te zijn!

De afstemming tussen ‘wie ben ik?’ en de context is belangrijk; pas als dat evenwicht niet goed zit, ontstaat er een probleem. Jeroen vraagt zich ten slotte af hoe de situatie met onze jongeren eruit zou zien, mocht onze maatschappij er ééntje zijn met wat minder regelgeving en wat meer speelsheid.

Klinisch psychologe Effy Vanspranghe vindt het in de praktijk niet altijd evident om een verschil te zien tussen kinderen met autisme en kinderen met psychotische kenmerken. Het zijn vaak kinderen die leven in een eigen realiteit. Er is zelden sprake van hallucinaties en wanen zoals bij volwassenen, wel ziet men dat deze kinderen contact maken op een vreemde manier en vaak problemen vertonen met taal en woorden (betekenissen begrijpen zoals anderen dit doen). Er werd nog weinig onderzoek gedaan naar prognose, bijvoorbeeld het effect van medicatie op latere leeftijd. Hoe het kind zich ontwikkelt in de toekomst zal deels afhangen van de ernst van de symptomen, de behandeling, hoe ernaar gekeken wordt…, volgens Effy. Het gaat hierbij over een individuele aanpak die zich focust op verschillende ontwikkelingsdomeinen; veiligheid bieden vanuit de omgeving, afstemmen op de leefwereld van het kind en de link met de realiteit behouden. Bepaalde zaken niet willen veranderen, maar wel kanaliseren. Medicatie kan ondersteunend werken en is soms nodig.

Het zijn kinderen die vaak anders waarnemen.

Wanneer we Effy vroegen wat haar zou helpen in haar job antwoordde ze: ” Het zou fijn zijn als mensen zich soms beter kunnen inleven, deze problematiek wat beter kunnen begrijpen in plaats van er angstig voor te zijn”.

Twee fijne interviews met twee milde hulpverleners die de kinderen een warm hart toe dragen. Ze namen de term stigma niet in de mond, maar geven aan dat het voor kinderen zoveel makkelijker zou zijn, als de omgeving deze problematiek anders zou waarnemen dan met angst.

Daar zetten we met psychosenet op in, beloofd!

Meer informatie vind je op onze jongerenpagina waaraan volop wordt gesleuteld.
  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.