Main content

Vraag

Dag Dokter,

Er zijn gradaties verbonden aan de hoeveelheid Lithium afhankelijk van het therapeutisch niveau waarop iemand behandeld wordt. Men kijkt veel naar hoe een tekort van Lithium de werking van het medicament uitschakelt en hoe een teveel een Lithium vergiftiging veroorzaakt. Niemand zegt hoe de hoeveelheid Lithium die je inneemt invloed heeft op de mate waarin je last krijgt van de bijwerkingen. De bijwerkingen kenmerken zich dagdagelijks. Verschijnen van acne in het aangezicht en nog meer dorst hebben.

Kortom, fysische ongemakken die een impact hebben op je zijn. Ik ben er erg van overtuigd dat een te hoge dosis voor jezelf als persoon, ook al ligt die nog binnen de acceptabele waarden, nefast is voor het dagelijks functioneren.

Ik nam vroeger Zyprexa en had last van de bijwerkingen naargelang de hoeveelheid die ik innam. Waarom zou dit bij Lithium anders zijn?

Alvast bedankt.

Antwoord

Beste,

Lithium wordt al vele decennia gegeven bij personen met een bipolaire kwetsbaarheid, en het blijft vaak een van de meest helpende medicijnen om de stemming echt te helpen stabiliseren (naast de even belangrijke niet-farmacologische aanpak natuurlijk!).

Bij lithium hanteren we de bloedconcentratie als richtlijn om zo geïndividuealiseerd mogelijk te doseren, net omdat we weten dat de nier van de ene persoon dit medicijn anders verwerkt dan de nier van een andere persoon. De richtlijnen adviseren ons als arts ook om in de onderhoudsbehandeling zo laag mogelijk te doseren, zo dicht mogelijk de ondergrens van het "therapeutische venster" van de bloedconcentratie te benaderen (de marge tussen de minimaal effectieve en de maximum veilige bloedconcentratie). In perioden van hevige psychische klachten, adviseren we dan wel vaak een tijdelijke dosisverhoging.

En o.a. op zo'n momenten duiken er dan inderdaad vaak ook meer nevenwerkingen op. Want uit de klinische praktijkervaring merken we wel degelijk heel regelmatig een verband tussen de hogere doses en de bijwerkingen van lithium. En wat je aanhaalt, namelijk dat dit bij jou zelfs al kan voorkomen bij een dosis die volgens de bloedwaarden nog helemaal "ok" zou moeten zijn, kan ik me ook voorstellen. Immers, de leidraad van dat "therapeutische venster" van bloedconcentraties is gebaseerd op het gemiddelde resultaat van onderzoek bij groepen van patiënten. En in iedere groep zijn er individuen die wat verder van dat gemiddelde af liggen. Mogelijk zou dat bij jou dus een verklaring kunnen zijn - helaas bestaan er geen "testen" om dat echt te gaan aantonen.

Maar die testen zijn eigenlijk ook niet echt nodig, zolang dat jij maar in open gesprek met je behandelende psychiater de klachten benoemt die je ervaart tijdens de inname van lithium. Om dan samen in te schatten of er inderdaad een verband is met de lithium of dat er tegelijk misschien een andere lichamelijke oorzaak is die kan aangepakt worden. En als het toch om een bijwerking gaat, dan samen te evalueren of die bijwerking dermate doorweegt tegenover de risico's van verdere dosisvermindering of -stop. En dan samen te beslissen of je dat wil proberen en met welke extra opvolgingsafspraken.

Wim Simons

Deze vraag is gesteld door een man in de leeftijdscategorie 33
Beantwoord door: Wim Simons op 8 januari 2020
  • Deel deze pagina: