Main content

347 stoornissen

Psychiatrische patiënten verdienen de best mogelijke diagnose’, kopt de Vlaamse Vereniging voor Psychiatrie op de website van Knack. Dit nadat de Hoge Gezondheidsraad z’n twijfels over het standaard diagnosticeren van mensen uitte. Meer mens. Minder label. Is dat nuttig? En hoe ervaar ik dit als patiënt? Of beter: als mens met een psychische aandoening?

Er zouden 347 psychische stoornissen bestaan volgens huidige, DSM5-normen. Zelf kreeg ik op jonge leeftijd al te maken met een heleboel diagnoses, die vaak ook weer veranderden als ik in een andere kliniek, of bij een andere psychiater terecht kwam. Eerst was ik depressief, dan bipolair, dan heb/had ik een schizoaffectieve stoornis. Dit samen met een complex geheel aan traumagerelateerde problemen en bijhorende labels.

Was ik een restaurant, dan waren er complexe brouwsels met heel wat liflafjes op mijn tafels te vinden. Maar gelukkig ben ik meer. Verlof van m’n psychische problemen krijg ik nooit, ik leef er elke dag mee en dat is best lastig. Ook ’s nachts stopt het niet omwille van angstdromen. Soms snak ik naar ‘even met verlof kunnen’. Even geen psychische problemen. Even functioneren zoals een ander dat doet. Maar helaas gaat dit niet zomaar.

‘Gedragen naar het label’

Het krijgen van diagnoses heeft me nooit echt geholpen of ‘beter’ gemaakt. Toen ik nog heel jong was, een tiener, ging ik me soms gedragen naar het label dat ik opgespeld kreeg. En als jongeling snakte ik naar een term die eenvoudigweg al mijn ‘gebreken’ en mijn ‘anders zijn’ kon verklaren. Toen dacht ik dat het stellen van een diagnose alle problemen kon verklaren. Ik vond troost in de etiketjes die ik kreeg. Soms verstopte ik me er ook achter. In de zin van: ‘ik heb X dus ik kan Y niet meer uitvoeren’. Zonder erover na te denken of dit effectief zo was. Een diagnose werd soms ook een excuus. Alsof alles toelaatbaar werd.

Op de duur ging ik me eerder ergeren aan diagnostiek, wilde ik geen psychiatrisch etiket meer. Omdat ik merkte dat het altijd voor een ‘maar’ zorgde. Als ik pakweg mijn pols verzwikte en in het gips moest, werd op de spoeddienst gevraagd of ik mijn pols met opzet gepijnigd had. Terwijl ik was gevallen tijdens het paardrijden. Het was alsof ik niets fysieks meer kon mankeren. Ieder pijntje of kwaaltje werd aan het psychische gelinkt. En dat was vervelend. De psychiatrische labels stonden me in de weg. Alsof ik niemand meer ‘naast’ de labels was. Méér dan het etiketje.

Meer lezen van Julie? 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.