Main content

Je eigen kwetsbaarheid krachtig inzetten? Als professional lijkt het in de hulpverlening een hele stap te zijn om de ander deelgenoot te maken van een eigen kwetsbaarheid. Hoe reageren collega’s en wat ervaren cliënten als je dat doet? Jeroen Kloet, Nederlandse psychiater met een psychische kwetsbaarheid, schrijft er over in zijn blog.

“Kom binnen en neem plaats! Kan ik u iets te drinken aanbieden wellicht? Nee? Goed, dan wil ik u welkom heten. Mijn naam is Jeroen Kloet, ik ben psychiater verbonden aan dit team. Ik heb hier een brief voor me liggen van uw huisarts, de verwijzing. Daarin heb ik gelezen dat het u niet zo goed gaat de laatste tijd. Ik lees terug dat u de laatste tijd erg somber bent geworden en soms ook vreemde dingen meemaakt. Klopt dat?”

De jongeman tegenover mij kijkt mij wat voorzichtig aan. Ik zie een soort grimas die ik niet helemaal plaatsen kan. Hij kijkt onzeker naar het tafelblad beneden hem en begint zijn verhaal: “Nou weet u, ik weet niet zo goed waar te beginnen. Ik voel me gewoon echt niet goed. Er is iets raars aan de hand met me.”

Ik knik begrijpend en moedig hem aan om iets meer te vertellen over hetgeen hij de laatste tijd meemaakt

“Ik heb me nog nooit zo eerder gevoeld. Ik voel me raar, ik kan het niet uitleggen. Ik schaam me echt kapot. Nu zit ik hier bij de GGZ en ik weet niet hoe ik uit moet leggen hoe ik me voel!”

Wederom tracht ik begrip te tonen en probeer ik hem wat verder op weg te helpen met vragen als: “Wanneer zijn je klachten begonnen ? Wat ging daaraan vooraf ? Voel je je somber ? Hoe is je slaappatroon ? Hoe is je eetpatroon ? Maak je bijzondere dingen mee ? Kun je me daar iets over vertellen? Etcetera.

De jongeman antwoordt netjes op de door mij gestelde vragen en langzaam komt het gesprek wat op gang. Het lukt hem ook na verloop van tijd om zelf zaken te vertellen buiten de antwoorden om op de vragen die ik hem stel. Als toehoorder merk ik dat er langzaam wat meer contact ontstaat en dat hij meer ontspant. Ik krijg ook bevestiging van hem zodra hij het vertrek verlaat.

Ik heb het idee dat we echt tot enige verbinding zijn gekomen

“Kom binnen en neem plaats! Kan ik u iets te drinken aanbieden wellicht? Nee? Goed , dan wil ik u welkom heten. Mijn naam is Jeroen Kloet, ik ben psychiater verbonden aan dit team. Ik heb hier een brief voor me liggen van uw huisarts, de verwijzing. Daarin heb ik gelezen dat het u niet zo goed gaat de laatste tijd.”

De jongeman tegenover mij kijkt mij wat voorzichtig aan. “Wat ik u óók wil vertellen is dat ik naast psychiater ook cliënt ben. Ik heb helaas meermaals ook op uw stoel gezeten. Ik kamp namelijk zelf met een psychiatrische kwetsbaarheid. Ik vertel u dit omdat u dan weet dat ik zowel als psychiater met u mee kan denken maar ook vanuit een ander oogpunt. U hoeft hier uiteraard niets mee. Het gaat hier niet om mij maar om uw herstel. Maar ik wou het u toch meegeven.”

De voorzichtige blik voor mij verandert. Ik zie tranen opwellen. “Wat gebeurt er nu precies?”, vraag ik hem. “Dat u dat zo aan mij vertelt. Misschien begrijpt u me echt.”

Ik kijk hem begripvol aan

“Wat ik heb meegemaakt is niet persé hetgeen wat u nu door moet maken.”

“Nee, dat begrijp ik. Maar ik voel me zoveel meer gezien. Ik was bang voor dit gesprek. Dokters stellen soms moeilijk vragen waarop ik het antwoord niet goed weet. Het voelt alsof ik nu makkelijker kan vertellen hoe het écht voor me is.”

Ik voel vanuit de eigen kwetsbaarheid verbinding met deze jongeman en ik meen in zijn ogen te lezen dat dit wederzijds is. Een emotioneel betoog volgt waarin hij me probeert uit te leggen hoe zwaar hij het heeft en hoe moeilijk het is om iedere dag door te komen.

Ik hoef vanuit mijn eigen kwetsbaarheid eigenlijk maar krachtig te volgen en af en toe een verdiepende vraag te stellen. De verbinding is er, het stroomt

Met bovenstaand voorbeeld wil ik absoluut niet suggereren dat deze wijze van werken persé beter is. Er zijn genoeg collega’s te vinden die dit afraden. Jezelf als psychiater opstellen naar een cliënt is wezenlijk anders dan als ‘ervaringswerker’ is hun visie.

Het werkt rolverwarrend en dit kan ten nadele zijn voor de cliënt. Ik bestrijd dit, hoewel ik me terdege realiseer dat de scheidslijn dun is. Maar is die niet ook dun bij een hulpverlener die er zelf emotioneel niet bijster goed bij zit en besluit hier helemaal niets over te melden terwijl dit voor de cliënt zelf dikwijls al sterk voelbaar is?

Waar ligt de grens?

De medicus die met professionele distantie zaken ordentelijk en betrokken aanpakt of de kwetsbare hulpverlener die besluit naast deze genoemde zaken ook iets van de eigen kwetsbaarheid te tonen. Want meer is het feitelijk niet. Ik pretendeer niet ervaringsdeskundig te zijn daar ik die opleiding niet heb doorlopen. Maar het simpelweg benoemen opent al zoveel deuren.

In één zin wordt zelfstigma, schaamte, of angst soms direct bespreekbaar

En zeker, het kan ook anders. Cliënten die hier niet op zitten te wachten, zeer begrijpelijk. Zo begrijpelijk zelfs dat de vrees voor een dergelijke reactie ervoor zorgde dat ik jarenlang niets zei over mijn eigen kwetsbaarheid.

Ik zal de eerste zijn die in zo’n situatie dan ook direct mijn uitgestoken hand weer intrekt en weer terugplooit naar mijn rol als medicus.

Maar gezien de zo vele positieve reacties die ik al heb mogen aanschouwen de afgelopen vijf jaar kan ik niet anders dan concluderen dat velen er baat bij lijken te hebben. Dan kan het toch niet alleen maar verkeerd zijn denk ik dan.

 

Lees ook de andere blogs van Jeroen Kloet. 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.