
Lotte Uyttebroek is doctoraatstudente aan Centrum voor Contextuele Psychiatrie van KU Leuven. Haar onderzoek richt zich op digitale innovaties in de geestelijke gezondheidszorg, met een bijzondere interesse in hoe dit ingezet kan worden om therapie beter te laten aansluiten bij cliënten en therapeuten.
Wat als therapie niet alleen plaatsvindt tijdens een gesprek met een therapeut, maar ook op de momenten waarop het er echt toe doet? Op een drukke werkdag, tijdens een moeilijk gesprek of wanneer stress plots de kop opsteekt? Dat is precies het idee achter ACT in Daily Life (ACT-DL): een combinatie van ACT-therapie en een smartphone-app die mensen helpt om wat ze tijdens therapie leren ook in hun dagelijkse leven toe te passen.
In een recente pilootstudie in Vlaanderen onderzochten we een verbeterde versie van ACT-DL. De centrale vragen waren: is deze aanpak haalbaar in de praktijk? Vinden cliënten en therapeuten de verschillende onderdelen bruikbaar? En lukt het om de technologie daadwerkelijk te integreren in de dagelijkse zorg?
Van therapiekamer naar dagelijks leven
ACT staat voor Acceptance and Commitment Therapie. Deze therapievorm richt zich niet alleen op het verminderen van klachten. Een belangrijk doel is het vergroten van psychologische flexibiliteit: kunnen handelen in de richting van wat voor jou belangrijk is, ook wanneer je moeilijke gedachten, gevoelens of lichamelijke sensaties ervaart.
Binnen ACT leren mensen verschillende vaardigheden, maar de uitdaging is om die vaardigheden ook toe te passen in situaties waarin ze echt nodig zijn. ACT-DL probeert die kloof te verkleinen.
ACT-DL combineert wekelijkse ACT-sessies met een app. Via de app krijgen cliënten korte (Experience Sampling) vragen over hun stemming, activiteiten, context en ACT-vaardigheden. Zo ontstaat een beeld van hoe iemand zich op verschillende momenten in het dagelijks leven voelt. Na een vragenlijst kan de app een passende ACT-oefening aanbieden. Wanneer iemand bijvoorbeeld op dat moment moeilijkheden ervaart met acceptatie, kan een oefening worden aangeboden die juist op die vaardigheid gericht is. Dat maakt ACT-DL anders dan een gewone app met algemene zelfhulpinformatie: de oefeningen worden gekoppeld aan wat iemand op dat moment rapporteert.
Luisteren naar gebruikers
De onderzoekers vertrokken vanuit een eenvoudige vraag: hoe kunnen we ACT-DL beter laten aansluiten bij de behoeften van cliënten en therapeuten?
Daarom werd geluisterd naar ervaringen uit een eerdere studie. Cliënten gaven aan dat ze meer flexibiliteit wilden en graag feedback kregen over hun gebruik van de app. Ook was er behoefte aan meer nadruk op ACT-oefeningen en metaforen.
Op basis van die feedback werd ACT-DL aangepast. Naast de therapie en de app werd een derde onderdeel toegevoegd: een dashboard voor therapeuten. Via dit dashboard kunnen therapeuten de app afstemmen op hun cliënten, bijvoorbeeld door vragenlijsten aan te passen, vragen toe te voegen of te verwijderen en de volgorde van sessies te wijzigen. Tegelijkertijd kunnen zij de gegevens uit de app bekijken en samen met cliënten bespreken.
Het idee daarachter is eenvoudig: de app verzamelt informatie uit het dagelijks leven en de therapeut gebruikt die informatie vervolgens om samen met de cliënt te onderzoeken wat er gebeurt.
Werkt het ook in de praktijk?
Aan de pilootstudie namen zeven psychologen en dertig cliënten deel. De cliënten volgden gemiddeld 6,75 therapiesessies en beantwoordden gemiddeld ongeveer 35 procent van de geprogrammeerde vragenlijsten. De betrokken therapeuten gebruikten ACT-DL gemiddeld ruim tien weken.
ACT-DL bleek haalbaar voor zowel therapeuten als cliënten. Tegelijkertijd was er behoorlijk wat variatie tussen cliënten en therapeuten. Sommige cliënten gebruikten de app intensief, terwijl anderen nauwelijks actief waren. Dat onderscheid is belangrijk. “Haalbaar” betekent hier niet dat iedereen de app enthousiast en consequent gebruikte. Het betekent dat de aanpak binnen de vooraf bepaalde criteria uitvoerbaar bleek.
Technologie is niet automatisch gebruiksvriendelijk
Misschien wel de interessantste uitkomst van het onderzoek is dat een nuttige digitale interventie niet automatisch een gebruiksvriendelijke interventie is. Cliënten waren over het algemeen positief over verschillende onderdelen van ACT-DL, zoals de oefeningen, de vragenlijsten en de mogelijkheid om meer inzicht te krijgen in hun dagelijkse ervaringen.
Voor therapeuten lag het ingewikkelder. Vooral het dashboard en de datavisualisaties konden uitdagend zijn. Er was veel informatie beschikbaar, maar het was niet altijd eenvoudig om die informatie snel te interpreteren en te vertalen naar een betekenisvol therapeutisch gesprek. Ook tijdsgebrek speelde een belangrijke rol. Het gebruik van het dashboard vroeg voorbereiding, aanpassingen en vertrouwdheid met het systeem.
De therapeut blijft essentieel
Deze studie laat daarmee iets belangrijks zien over digitale zorg: een app neemt de therapeut niet zomaar over. Gelukkig maar! De therapeut blijft degene die samen met de cliënt betekenis geeft aan wat er in het dagelijks leven gebeurt. De app kan informatie verzamelen, patronen zichtbaar maken en oefeningen aanbieden, maar het is de therapeut die helpt om die informatie te verbinden aan de persoonlijke context en behandeldoelen van de cliënt.
Niet méér technologie, maar betere technologie
Wat kunnen we hiervan leren?
Misschien is de belangrijkste les dat succesvolle digitale tools niet draaien om méér technologie of steeds ingewikkeldere functies, maar om technologie die beter aansluit bij de mensen die ermee werken. Net daarom is participatief onderzoek zo belangrijk. Dat betekent dat cliënten en therapeuten vanaf het begin actief betrokken worden bij het ontwerp en de verbetering van digitale hulpmiddelen.
Ook opleiding speelt daarbij een cruciale rol. Therapeuten hebben nood aan praktische trainingen en concrete voorbeelden om vertrouwen op te bouwen in het gebruik van dergelijke tools, eerder dan uitgebreide handleidingen die in de praktijk moeilijk toepasbaar (of leesbaar?) zijn.
Een blik op de toekomst
De meerwaarde zit daarbij niet alleen in het feit dat iemand tussen therapiesessies door een app kan gebruiken. Het interessante is vooral dat ervaringen uit het dagelijkse leven kunnen worden meegenomen naar de therapiekamer. Wat iemand op maandagmiddag meemaakt, kan zo op woensdag onderwerp van gesprek worden.
De belangrijkste les uit deze studie is misschien wel dat digitale zorg pas echt waardevol wordt wanneer technologie, therapeut en cliënt goed op elkaar aansluiten. De app kan signaleren, herinneren en helpen oefenen. Het dashboard kan patronen zichtbaar maken. Maar het blijft de samenwerking tussen therapeut, cliënt en technologie die bepaalt of die informatie daadwerkelijk betekenis krijgt.
Therapie hoeft dus niet te stoppen wanneer iemand de praktijk verlaat. De uitdaging voor de toekomst is om ervoor te zorgen dat de technologie die therapie onderweg ondersteunt, eenvoudig genoeg is om echt een plaats te krijgen in de dagelijkse zorg én in het dagelijkse leven van cliënten.
Ben je therapeut en benieuwd naar de mogelijkheden van de Experience Sampling Methode (ESM) in de praktijk?
Binnen het Centrum voor Contextuele Psychiatrie organiseren we een workshop als onderdeel van een focusgroepstudie. We gaan graag in gesprek over hoe ESM kan bijdragen aan de dagelijkse klinische praktijk.
Interesse? Stuur een e-mail naar lotte.uyttebroek@kuleuven.be. We bezorgen je graag meer informatie!
Reacties: