Main content

Julie is 24, getrouwd met de liefde van haar leven, en heeft door trauma een psychosegevoeligheid ontwikkeld. Hierover schrijft ze op haar persoonlijke blog Leven in een hoofd.  Verder is Julie dol op taal, literatuur, fotografie en dieren. Maar vooral op mensen. Mensen raken haar. Zo ook die ene psychiater. Deze blog is een ode aan haar. 

Reeds zes jaar begeleidt ze me. Toen ik net achttien werd en de kinderpsyciatrie ontgroeid was, kwam ze in mijn prille leven. Een psychiater voor volwassenen, en ook psychoanalytisch psychotherapeut, stond er op haar visitekaartje te lezen. Aanvankelijk was ik sceptisch: weer een psychiater die erop uit zou gaan labelen en me vol zou gaan stoppen met pillen. In de jeugdpsychiatrie had ik schrijnende toestanden meegemaakt. Nachtenlange isolatie om de dierentuin in mijn hoofd te doen stoppen. Alleen werden de bavianen en kolibries er enkel talrijker op. De mooie hagedisjes werden gevaarlijke krokodillen in mijn hoofd. Ik was een gevaar voor mezelf toen ik in de jeugdpsychiatrie verbleef. Ik wilde met respect behandeld worden. Geen isoleercellen meer, en bij deze psychiater was ik aan het juiste adres.

Ik liet het achterste van mijn tong niet zien, uit angst voor isolatie.

De eerste gesprekken verliepen moeizaam, de eerste jaren eigenlijk. Ik liet het achterste van mijn tong niet zien, uit angst voor isolatie. Ik verzweeg de zelfverwonding en toenemende wanen en hallucinaties. Dat het thuis niet goed ging en mij allemaal teveel werd, dat wist niemand. De flashbacks, nachtmerries, ik verzweeg het allemaal. Uit angst voor de witte kamer, de fixatieriemen. Ik was te bang. Toch leerde ik langzamerhand dat deze psychiater anders was. We maakten weleens een grapje over hoe ik haar stiekem ‘Sigmund’ noemde, en zo brak het ijs langzaam aan. De muur die ik steen voor steen had opgebouwd, brokkelde af. Ik liet de ruïnes zien, de fundamenten die niet stevig waren. De traumatische jeugd, het misbruik dat ik heb meegemaakt als kind, ik vertelde haar die zaken die ik nooit tegen iemand heb durven zeggen. En de band groeide.

Ze was er toen ik dood wilde, maar ook toen het goed ging en ik wilde leven.

Ook toen het heel slecht ging, was ze er. Toen er geen tijd was voor grapjes over Freud en psychoanalyse. Ze was er toen ik dood wilde, maar ook toen het goed ging en ik wilde leven. Ze was er vanop afstand toen ik me verloofde, en ook toen ik trouwde. Doorheen die zes jaar is ze er altijd geweest, met de nodige afstand.

Ik ben haar dankbaar. Dankbaar voor de moppen die we maakten, maar ook voor de tranen die ik mocht laten. Ik ben haar dankbaar voor de momenten dat ik mocht zwijgen omdat het alfabet ontoereikend was om te bevatten wat ik voelde. En omdat ze toch leek te snappen wat er in me omging. Ik ben haar dankbaar omdat ze me niet opgegeven heeft, omdat ze me nog steeds niet opgeeft. Omdat ze er nog steeds in gelooft dat ik een mooie toekomst kan hebben.

Daarom schrijf ik een ode aan Sigmund, ‘mijn’ psychiater. De psychiater van zoveel anderen. Omdat ze het verschil maakt voor velen.

 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.