Main content

Kaat heeft een psychosegevoeligheid. Ze vertelt ons wat meer over haar ervaringen van de afgelopen maanden.

Een ‘afje’

Het moet ergens na de kerstvakantie begonnen zijn, maar ik voel me niet zo toppie in mijn vel. Mijn sociale contacten heb ik verminderd sindsdien, vooral die van met mijn kennissen dan. Mijn vrijwilligerswerk ben ik blijven doen. Buddywerking van 3 deelnemers, en rijden in en om het dorp met minder mobielen.

Sinds september ben ik ook begonnen met de cursus van UilenSpiegel ‘ervaringsdeskundigen’. Dat is de eerste intellectuele uitdaging die ik aanga sinds mijn laatste psychose, nu exact 5 jaar geleden. Ik geniet daar enorm van, ik ben een spons. Ik ben leergierig. Maar heb wel de behoefte aan de vele pauzes. Daar houden ze bij UilenSpiegel wel rekening mee. Het is immers een organisatie voor psychisch kwetsbaren.

Rond oktober/november ben ik dan met heel veel goesting een lotgenotengroep opgestart in Mortsel. Samen groeien heet die. Daar heb ik veel tijd en energie in gestoken. Ondertussen zijn we daadwerkelijk gestart en het loopt als een trein! Genoeg om in de zone “energie in balans” of “hyperhappy” te zitten, zou je zo zeggen. Maar zoals ik al zei, sinds kerst zit ik in een “afje”. Ik ben altijd blij als er eens een dag niets in mijn agenda staat.

Rust

Ik ga nog wel naar feestjes en spreek af met vrienden, maar ik ga steeds vroeg naar huis. Kaat is moe. Dat weten en aanvaarden ze ondertussen al lang. Lunch- of ontbijtafspraken met kennissen schuif ik op naar later, ook met alle begrip van hun kant. Van uitstel komt geen afstel. Ik ben niet “in mijne sociale”. Zo zou ik deze fase het beste benoemen. Dat kan ik ook benoemen als ‘een afje’. Ik ben niet uitgelaten, ik ben gewoon rustig. Niets mis mee. Dat wordt bevestigd door mijn vaste psychiater Jacqueline waar ik om de 2 á 3 maanden heen ga. Ik ben vooral blij dat ik gewoon rustig ben en dat ik niet de dieperik induik.

Daartegenover staat dat ik wel enorm tot rust ben gekomen en dat ik meestal het klokje rond slaap. Zo rustig zelfs dat ik al mijn inslapers (en dat waren er 5) heb kunnen afbouwen. Ik neem nu enkel nog antipsychotica en een doorslaper.

Sociaal vangnet

Ik kan mijn gezin en huishouden beredderen, maar dat kost me moeite. Meestal bel ik dan ons mama op om mij in gang te komen trappen. Als zij er is, kan ik wel heel het huis opruimen of de was doen, of samen boodschappen doen. Wel met de nodige thee-pauzetjes op mijn dakterras.

Mijn schoonouders zijn sinds mijn laatste opname ook een radartje in de motor. Zij komen al 5 jaar elke veertien dagen op woensdag naar ons. Oma neemt dan het huishouden over. Ze plooit de was, zoekt die vervelende enkele kousen bij elkaar, herstelt hier en daar een kledingstuk, kookt en laat de keuken spic en span achter. Nu kan ik al mee strijken of helpen koken, maar vlak na mijn herstel of zelfs nu nog, ga ik in de namiddag een stevige dut doen bij een heerlijk muziekje.

Wat fijn dat ik zo’n groot sociaal vangnet heb! Jacqueline zegt steeds dat dat bewonderenswaardig is en niet gauw gezien. Daar kan ik oprecht gelukkig om zijn!

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.