Main content

Julie is 24, getrouwd met de liefde van haar leven, en heeft door trauma een psychosegevoeligheid ontwikkeld. Hierover schrijft ze op haar persoonlijke blog Leven in een hoofd.  Verder is Julie dol op taal, literatuur, fotografie en dieren. Maar vooral op mensen. Mensen raken haar. Ook als ze vragen waar ze nu in hemelsnaam mee bezig is. 

Tijdens een sms-conversatie vraagt ze me waarmee ik bezig ben. En ik kan geen antwoord bedenken. Ik ben niet bezig met studies, werk of andere zaken die voor anderen de sleutel tot ‘succes’ lijken. Ik ben fulltime bezig met beter worden, herstel, wat dat ook mag betekenen. Dat laatste ben ik aan het uitzoeken. Wat herstel voor mij mag zijn. Een fulltime job en de bijhorende stress zal er niet meer in zitten, vermoed ik. Maar kleinere doelen moeten haalbaar zijn. Ik ben zoekende.

Leren ademen zonder dat het pijn doet

Toen ik psychotisch werd, op mijn zestiende, voelde het alsof ik nooit meer enige levenskwaliteit zou hebben. De trauma’s en dierentuin in mijn hoofd zorgden voor zoveel lijden, dat het leek alsof mijn leven nooit meer op de rails zou geraken. Intussen kan ik zeggen dat ik het tegendeel bewezen heb. Ik heb mijn diploma secundair onderwijs na tien jaar knokken op zak. Ik ben gehuwd. Hogere studies zijn (nog) niet gelukt, maar dat kan nog komen. Eerst beter worden, leren ademen zonder dat het pijn doet. En daar lijk ik al aardig in te slagen.

Lang heb ik het gevoel gehad dat mijn vitale functies niet meer vanzelf functioneerden. Het leek alsof ik m’n hart eraan moest herinneren om te blijven kloppen, om het bloed nog door mijn lijf te willen pompen. Datzelfde bloed verliet mijn lichaam via de vele verwondingen die ik mezelf in het verleden toebracht. Waarom ik mezelf verwondde, is me nooit volledig duidelijk geweest. Fysieke pijn omzetten in lichamelijke, zoals je vaak hoort, was het niet. Het was eerder zelfbestraffing, denk ik. Bijna dwangmatig ook. Vaak ook naar aanleiding van wanen of hallucinaties.

Snijden om te kunnen leven

Zelfverwonding was misschien wel een manier om te kunnen ademen. Om mijn hartslag, mijn ademhaling te controleren. Rustiger te krijgen. Het was een doeltreffende, maar uiterst destructieve manier om mezelf een halt toe te roepen. En mezelf tegelijkertijd in leven te houden. Snijden om te kunnen leven, te mogen leven, om mezelf onder ogen te durven zien.

Ik schaamde me. Bij elk bezoekje aan de spoeddienst schaamde ik me te pletter. Toen artsen zeiden dat ze ‘geen tijd hadden voor dergelijke zaken’ en me vervolgens anders behandelden. Anders dan ze zouden gedaan hebben bij iemand die zich per ongeluk sneed, tijdens het schillen van aardappelen bijvoorbeeld. Ik schaamde me voor wie ik was. Voor de schade die ik mezelf had toegebracht. Voor het feit dat ik zorg nodig had, zowel puur fysiek als psychologisch. Ik wou niet dat mensen tijd in mij staken. Dat verdiende ik toch niet?

Hoe volhardde ik in de kunst van het ademen?

Later, toen ik eenentwintig was en het leven helemaal niet meer zag zitten, vroeg een verpleegkundige op de PAAZ me hoe ik er in hemelsnaam nog in slaagde te ademen na alles wat me overkomen was. Het misbruik, de vernedering die tot psychose leidde, hoe volhardde ik in de kunst van het ademen, na alles?

Waar ik de conversatie tijdens het versturen van die sms’jes stopzette, had ik beter het volgende geantwoord: ‘ik ben bezig met leren ademen. Zonder dat het pijn doet. Ik ben bezig met herstel. Ik ben zoekende.’

 

Lees ook Julies vorige blog: www.psychosenet.be/ode-aan-sigmund/

 

 

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.