
Hannes Reymer (46) omschrijft zichzelf als kosmopoliet en heeft een brede kijk op psychische kwetsbaarheid. In het licht van een nieuwe versie van een toekomstige DSM-6 geeft hij graag aanbevelingen.
Momenteel is er alvast een commissie opgericht ter voorbereiding van DSM-6. PsychoseNet vraagt zich samen met Hannes af of ervaringsdeskundigheid bij de herziening van DSM-5 deze keer hoog op de agenda staat. Vanuit zijn ervaring met crisisopvang en dagkliniek deelt Hannes graag zijn inzichten.
Wat is DSM?
Om precies te zijn, DSM is de afkorting van Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Deze lijvige publicatie is een classificatiesysteem waarin internationale afspraken zijn gemaakt over welke criteria van toepassing zijn op een bepaalde psychische stoornis op basis van wetenschappelijke inzichten. De DSM werd meermaals gereviseerd. Mocht Hannes deel uitmaken van de commissie schuift hij drie cruciale randvoorwaarden onder de aandacht.
Pleidooi voor diagnostische nederigheid en inhoudelijke neutraliteit
Wanneer een patiënt ernstige ontregeling ervaart door complexe, technologische of digitale omgevingsstress, kan een zorgverlener deze externe bron niet verifiëren, maar evenmin met zekerheid uitsluiten. Het direct etiketteren van de conclusies of vermoedens van een patiënt als ‘waanvoorstelling‘ getuigt van een gebrek aan diagnostische nederigheid. Een behandelaar zou de emotie, angst en fysiologische stress van de patiënt moeten valideren, zonder een inhoudelijk oordeel te vellen over de absolute waarheid van de extern ervaren dreiging.
Het voorkomen van iatrogene schade en geïnduceerde achterdocht
Het opdringen van een psychiatrische diagnose of zware medicatie aan iemand die kampt met extreme omgevingsstress kan leiden tot ernstige iatrogene schade (schade veroorzaakt door de zorg zelf). Wanneer een mentaal gezond persoon ervaart dat diens perceptie niet serieus wordt genomen en wordt gereduceerd tot ‘waanzin’, ontstaat er een vorm van institutionele ontwrichting. De natuurlijke beschermingsreactie en achterdocht die hierop volgen, worden door de zorg vervolgens vaak ten onrechte geïnterpreteerd als ‘bevestiging van de stoornis’. Dit leidt tot trauma, vervreemding en uiteindelijke zorgmijding.
Behoud van eigenregie en trauma-geïnformeerde herstelzorg
Voor een duurzaam herstelproces is het essentieel dat de patiënt de ruimte behoudt om de eigen ervaringen te duiden. De hulpverlening zou zich moeten richten op Trauma-Informed Care: niet de vraag “Wat is er mis met jou?” centraal stellen, maar “Wat is jou overkomen en wat heeft je zenuwstelsel nodig om weer tot rust te komen?”. De zorg kan enorme meerwaarde bieden door zich te beperken tot het aanbieden van hulpmiddelen om fysieke en mentale overprikkeling te verlagen, zonder te eisen dat de patiënt een etiket accepteert dat niet passend voelt.
Het eerlijk erkennen van de grenzen van de diagnostiek — “we kunnen de externe oorzaak niet vaststellen, maar we kunnen wel samen werken aan het verlagen van je stress” — vormt de enige veilige tussenweg. Het voorkomt dat patiënten met reële, complexe omgevingsstress ontmoedigd raken of verkeerd behandeld worden.
Reageren kan rechtstreeks via hannes.reymer@live.be.
Lees ook:
Reacties: