Main content

Louise ter Berg (pseudoniem) leefde lange tijd vooral in haar hoofd, tot er langzaam ruimte kwam om te voelen zonder overspoeld te raken.

In haar blogs schrijft ze over psychose, herstel en de kracht van kleine bewegingen. Zonder drama, met de zachte ironie die haar eigen stijl typeert.

De kracht van langzaam

Soms verandert er iets niet door grote inzichten, maar door kleine bewegingen. Door te vertragen. Door te voelen wat je jarenlang hebt vermeden. In deze blog beschrijf ik hoe tai chi, ademhaling en een veilige groep de deur openden naar meer openheid — na acht psychoses, veel overleven en een lichaam dat eindelijk mee begon te doen. Het is geen afgerond verhaal, maar een beweging van binnen naar buiten.

Van binnen naar buiten

Ik heb lang vooral in mijn hoofd geleefd. Pas toen ik mijn lichaam begon te voelen — via tai chi, ademhaling en een veilige groep — kwam er ruimte voor openheid. Mondjesmaat, maar genoeg om te merken wat het brengt. En ik weet dat ik nog niet klaar ben; er is nog verfijning mogelijk.

In augustus vorig jaar had ik mijn achtste psychotische episode. Het was niet mals, maar ik ben blij dat ik weer terug ben in de sociale wereld, waar we het moeten doen met gebrekkige communicatie. Openheid over psychose was nooit vanzelfsprekend. Ik hield het vooral in mezelf, omdat het niet veilig voelde om te delen. Of omdat anderen er niet naar durfden vragen. Tijdens die psychose had ik ook mooie waanideeën en allerlei manieren om mezelf daarin vast te houden. Ironie hoort bij mij; ook daar mag ruimte voor zijn. Misschien was het leren voelen wel de opdracht van deze psychose. Ik kan nu beter voelen zonder overspoeld te raken, en denken zonder vast te lopen. Dat maakt openheid mogelijk.

Nu, driekwart jaar later, voel ik me mentaal goed. Niet depressief en niet (hypo)maan.

Lichaam en adem

Sinds 2023 heb ik een tai chi-groep die voelt als een veilige haven. Dat is zeldzaam. De sfeer daar maakte het mogelijk om eindelijk open te zijn over psychosegevoeligheid — niet omdat ik ineens veranderde, maar omdat de omstandigheden klopten.

Tai chi had altijd al effect, maar sinds mijn ogen geopend zijn door psychomotorische therapie (PMT) / lifecoaching kan ik nu echt voelen waar spanning zit — en wat er gebeurt als ik de lessen puur lichamelijk ervaar. Dat maakt het verschil: niet begrijpen dat er spanning is, maar voelen waar die zit en wat er gebeurt als ik er ruimte aan geef. De eyeopener van PMT was niet dat mijn ademhaling hoog zit, maar wat dat al vijftig jaar met me doet. Mijn ademhaling schiet omhoog zodra ik iets moet, en bij een beetje stress loop ik vast. Dat inzicht heeft mijn motivatie veranderd. Het kan nog, maar het kost tijd.

De oefeningen van PMT en tai chi hebben met vallen en opstaan effect. Ik ben rustiger. Hoewel ik nog steeds soms blokkeer. Het maakt niet uit. Laat maar gebeuren. Ik weet dat het kan. Ik kan zelfs weer gewoon een luchtig gesprek voeren, ook als er vanbinnen nog onrust is. En ik kan weer oprecht samen lachen.

Mijn basis

Ik heb therapie gehad, cognitieve gedragstherapie avant la lettre (1989–1991) en tien maanden dagbehandeling. Erg nuttig. Daar heb ik geleerd dat je boos kunt worden zonder dat het een breuk hoeft te zijn, en dat je ook weer kunt terugkomen. Dat was toen nieuw voor me, en belangrijk.

De psychose van 1989 was mijn tweede; de eerste, tien jaar eerder, bleef onbehandeld. De angel daarvan is er nooit uitgegaan. Ik kon niet de oude worden. Nu lijkt die angel er eindelijk uit, na vijf nieuwe episoden verspreid over 35 jaar. Het was vooral overleven, functioneren, doorgaan. Geen ruimte voor openheid, geen taal voor wat er binnenin gebeurde. En misschien ook geen mensen die het konden zien zonder te oordelen — of zonder te snel te duiden.

Ik ben nooit boos geweest, behalve wanneer mensen echt over mijn grenzen gingen. Dan beet ik. Niet omdat ik wilde bijten, maar omdat ik mijn grenzen bewaakte. Daarna trok ik me weer terug. Misschien is dat waarom openheid zo lang niet aan de orde was: het voelde niet veilig genoeg om meer te laten zien dan strikt noodzakelijk.

Een netwerk dat klopt

Nu ontstaat er een gemengd netwerk van oud en nieuw: mensen die mij kennen van vroeger en mensen die mij nu zien zoals ik ben. Met normale tekortkomingen. Dat maakt openheid mogelijk. Niet omdat ik in de kern veranderd ben, maar omdat de omstandigheden eindelijk kloppen. Ik ben niet boos of verdrietig over hoe het vroeger ging. Ik ben blij dat ik het nu inzie.

Openheid gaat mondjesmaat. Niet iedereen kan het dragen. Maar het wijst zichzelf. Ik hoef niet alles te delen, en ik hoef niet alles uit te leggen. Het mag klein blijven, en groeien waar het kan.

De beweging naar buiten

Misschien is dat wel de deur die nu openstaat: geen groot gebaar, geen dramatische bekentenis, maar een rustige beweging naar buiten. Een kier die groter wordt omdat ik niet meer hoef te vechten om gehoord te worden. Omdat ik niet meer hoef te bewijzen dat ik kan voelen. Omdat ik niet meer hoef te schrikken van mijn eigen binnenwereld. Wat mij nu overkomt, overkomt een ander misschien volgende maand, en weer een ander kent het al op zijn broekzak. Toch kan het onderhoudend en zinvol zijn om tot je te nemen.

Openheid is niet iets wat je één keer doet. Je leert het langzaam, soms tegen wil en dank, soms met zachte hand. Soms pas na acht psychoses, drie jaar tai chi, een hoge ademhaling en een netwerk dat eindelijk klopt. En misschien is dat precies goed: niet alles hoeft in één keer. Ook openheid mag groeien, stap voor stap.


Lees hier meer blogs van Louise ter Berg.

  • Deel deze pagina:

Reacties:

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *