
Dit is de vierde in een reeks brieven van Nadia Mahjoub aan Brenda Froyen, die ons op 5 oktober 2024 verliet. Brenda was auteur, lector Nederlands en mensenrechtenactiviste.
Brenda Froyen maakte enkele psychoses door en werd in crisis meermaals vastgebonden en geïsoleerd. Vanuit die ervaring besloot ze op de barricades te staan voor een menselijkere geestelijke gezondheidszorg.
Menswaardige crisiszorg
Nadia Mahjoub was niet alleen een vriendin, maar ook een medestander. Ook zij maakte psychoses door, ook zij werd vastgebonden en geïsoleerd. Vandaag zet ze zich, net als Brenda, in voor een crisiszorg die mensen geen extra trauma’s bezorgt. Nadia is initiatiefnemer van NADA, het Netwerk Alternatieven voor Dwang en Afzondering, en werkt als communicatiemedewerker bij UilenSpiegel vzw.
We houden Brenda dichtbij
Dag Brenda,
Binnenkort, op 5 oktober 2026, is het al twee jaar dat je niet meer onder ons bent. Je rouwkaartje prijkt nog steeds op de deur van mijn koelkast. Ook op die manier hou ik je dicht bij mij.
En ongelooflijk: net op het moment dat ik de eerste woorden van deze brief schrijf, klinkt ‘Fight Song’ van Rachel Platten door mijn oortjes, een lied dat voor jou veel betekende en dat ook op je begrafenis te horen was. Sinds je overlijden staat het op mijn afspeellijst van meer dan zevenhonderd favoriete muzieknummers.
Het is niet de eerste keer dat ik zo’n vorm van synchroniciteit ervaar wanneer ik aan je denk. Alsof jij, of het universum, me even een teken geeft, een bemoedigend schouderklopje. Ik vind zulke momenten telkens opnieuw mooi en geruststellend.
Tien jaar geleden verscheen je tweede boek Uitgedokterd. Daarin verweefde je je eigen verhaal met gesprekken met lotgenoten, ervaringsdeskundigen en hulpverleners. Je schreef onder meer over stigma, medicatie, dwang, herstel, vermaatschappelijking van de zorg en de verhouding tussen patiënt en hulpverlener. Je werkte je eigen ‘Froyaans plan’ uit voor een humanere psychiatrie, dat je voorlegde aan bekende stemmen zoals Dirk De Wachter, Paul Verhaeghe en Jim van Os.
Ik las het boek gretig toen het net verscheen en wil het binnenkort opnieuw lezen. Ik weet nu al dat het me opnieuw zal inspireren, ook voor het project NADA.
Dat project krijgt trouwens steeds meer vorm. De NADA-werkgroep bestaat ondertussen uit tien geëngageerde mensen: vertegenwoordigers van patiënten, van naasten, maar ook hulpverleners. Dankzij de inzet van onze vrijwillige medewerker Jo kreeg de website een grondige update.
Wat ik ook bijzonder fijn vind, is dat Stefaan Baeten deel uitmaakt van deze werkgroep. Na het verschijnen van je eerste boek, Kortsluiting in mijn hoofd, brachten jullie samen de gelijknamige muzikale voorstelling. Ik herinner me hoe ontroerend die was. Dat Stefaan vandaag mee nadenkt over de toekomst van NADA voelt daarom ergens ook heel betekenisvol.
Onze plannen met NADA zijn ambitieus. Maar waar we het binnen de werkgroep sterk over eens zijn, is dat we moeten blijven benoemen hoe schadelijk dwangmaatregelen zoals fixatie en afzondering kunnen zijn.
Nog te vaak leeft het idee dat fixatie en afzondering ‘nu eenmaal soms nodig zijn’ en dat de schade ervan wel meevalt. Net daarom zijn persoonlijke verhalen zo belangrijk. Ze maken zichtbaar wat cijfers alleen niet kunnen tonen.
Getuigenissen kunnen beleidsmakers, hulpverleners en het brede publiek doen stilstaan bij wat dwang werkelijk met mensen doet. Getuigenissen van patiënten en naasten, maar ook van hulpverleners.
Onlangs vertelde een psychiatrisch verpleegkundige ons bijvoorbeeld dat hij nog steeds herbelevingen heeft van dwanginterventies waarbij hij op een intensieve afdeling betrokken was. Hij probeert die ervaringen met behulp van therapie te verwerken.
Dat toont hoe ingrijpend dwang kan zijn voor iedereen die erbij betrokken is, al blijft de patiënt natuurlijk degene die de maatregel ondergaat en daardoor het meest kwetsbaar is.
Een andere verpleegkundige vertelde aan NADA dat de omvorming van een gesloten afdeling in zijn ziekenhuis tot een HIC-afdeling (High and Intensive Care) voor een duidelijke, positieve kentering zorgde. De invoering van onder meer twee comfortrooms droeg er volgens hem toe bij dat dwang minder vaak hoefde te worden toegepast.
Ook daarin herken ik jouw invloed.
Jij hebt zulke veranderingen mee op de agenda gezet, Brenda. Je was een van de eersten in Vlaanderen die luid en duidelijk pleitte voor alternatieven voor traditionele afzondering. Meer dan tien jaar geleden bezocht je al HIC-afdelingen in Nederland. Je beschreef de menselijke benadering en de warmere inrichting daar – onder meer met comfortrooms – als een baken van menselijkheid.
Je hielp de sector wakker te schudden.
Ik hoor vandaag signalen dat het op sommige plaatsen daadwerkelijk beter is geworden. Tegelijk zijn er nog instellingen en afdelingen die een lange weg te gaan hebben.
Zolang er getuigenissen blijven binnenkomen over mensonwaardige situaties, blijven we aan de alarmbel trekken.
Net als jij ben ik ervan overtuigd dat het anders moet en anders kan. En ik blijf geloven dat we, stap voor stap, dichter kunnen komen bij de humanere psychiatrie waar jij zo vurig voor pleitte.
Tot een volgende brief, lieve Brenda.
Lees ook Brieven aan Brenda (1), Brieven aan Brenda (2) en Brieven aan Brenda (3).
Beeld: Een concept van Sven unik-id: Een fragment uit Brenda Froyens laatste boek, Tussen Waan en Zin, werd in staal gebeiteld opdat haar woorden nooit nog zouden vervagen. We schrijven met velen verder aan haar verhaal, en timmeren aan een menselijkere geestelijke gezondheidszorg, onder meer met de ‘Brieven aan Brenda’.

Reacties: